U kunt met uw oudere werknemer afspraken maken om eerder met pensioen te gaan, omdat deze zwaar werk doet en niet gezond kan doorwerken tot aan de pensioenleeftijd (AOW-leeftijd). U spreekt een Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU) af. U betaalt de werknemer dan een RVU-uitkering tot aan zijn of haar AOW-leeftijd.
Sinds 1 januari 2026 geldt een structurele RVU-drempelvrijstelling. Als de RVU-regeling die u afspreekt met uw werknemer aan de voorwaarden voldoet, betaalt u geen RVU-heffing (pseudo-eindheffing).
De RVU is bedoeld voor oudere werknemers die zwaar werk doen en niet gezond kunnen doorwerken tot aan de AOW-leeftijd. Hierover hebben de overheid, vakbonden en werkgevers afspraken gemaakt. Om de 3 jaar kijken zij of de RVU-drempelvrijstelling ongewijzigd kan doorlopen, of dat deze bijvoorbeeld moet worden aangepast. Het eerste moment waarop ze dit doen is in 2028.
Als u een RVU-regeling afspreekt met uw werknemer dan moet u zich ook inzetten om gezond doorwerken te bevorderen.
U betaalt geen RVU-heffing als u voldoet aan deze voorwaarden:
Als de werknemer eerder dan 3 jaar voor AOW stopt met werken, of de uitkering hoger is dan het drempelbedrag, dan betaalt u als werkgever over dit deel wél RVU-heffing. De RVU-heffing is 57,7% in 2026. Tot en met 2028 zal dit percentage jaarlijks stijgen. De percentages zijn:
U past de RVU en ook de RVU-drempelvrijstelling toe in de loonaangifte. De regels staan in paragraaf 21.3.1 het Handboek Loonheffingen. De inkomenscode voor de RVU is code 53.
Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, vakbonden en werkgevers hebben een handreiking opgesteld met praktische handvatten voor de uitvoering van een RVU-regeling.
Mede mogelijk gemaakt door Samenwerkingsverband Ondernemersplein